de natuur mijn DOKTER en SUPERMARKT

Wilde planten zijn i.t.t. landbouwgroenten nog rijk aan beschermende voedingsstoffen. Oftewel, de voedingsstoffen die zorgen voor een goed kunnen functioneren van je lichaam en het vóórkomen van ziekte: vitaminen & mineralen en fytonutriënten.

Het belang van mineralen & vitaminen voor onze gezondheid is algemeen bekend. Het aandeel van de fytonutriënten in onze gezondheid wordt door het Voedingscentrum niet onderkend. De verschillende specialisaties van de fytonutriënten samengevat:

  • antioxidant
  • ontstekingsremmer
  • antisepticum (virussen, schimmels en pathogene bacteriën dodend)
  • cytotoxische (celdodende) werking op prétumorcellen
  • verzorging van de slijmvliezen (woonplaats van de flora!)
  • schoonhouden van de bloedvaten
  • bevorderen van de spijsvertering en ontgifting
  • elimineren van zware metalen
  • bevorderen van een goede celademhaling.

Dat is een klein feestje aan eigenschappen in de preventie van ziekte!

Wat is er mis gegaan met onze landbouwgroenten dat zij nauwelijks nog over bovengenoemde eigenschappen beschikken? Alle groenten in de winkel zijn toch nakomelingen van een wilde soortgenoot. Hoe kan het dan dat de plant in zijn vorm als landbouwgroente praktisch geen vitaminen, mineralen en fytonutriënten meer bevat?

De plant in de natuur
Planten komen op de volgende wijze aan hun voor de mens benodigde beschermende voedingstoffen:

Een plant kan zelf geen mineralen maken. Planten krijgen hun mineralen aangeleverd door de in de bodem levende mycorrhiza schimmels. In ruil levert de plant aan de schimmels o.a. suikers. Met behulp van de mineralen kan de plant vervolgens vitaminen en fytonutriënten maken. Die fytonutriënten zijn voor de plant van levensbelang. Ze zijn ook voor de plant de huisapotheek. Ze beschermen de plant tegen ziekte en vraat.

De plant in de landbouw en moestuin
De helft van de tijd ligt landbouwgrond en ook de moestuin er kaal bij. Een optelsom is snel gemaakt: zonder begroeiing zijn er geen suikers voor de mycorrhiza schimmels. De schimmels hongeren doodt. Ook het voortdurende doorkweken van onze groenten op suikers en volume draagt daaraan bij. De dikke pastinaak in de winkel houdt alle suikers voor zichzelf. En dan is er nog de inzet van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Bestrijdingsmiddelen elimineren niet alleen het ongewenste ziekte-, vraat- en onkruidtrio. Bestrijdingsmiddelen doden eveneens het bodemleven, waaronder de (micro-)organismen die mineralen afbreken en voor de plant opneembaar maken alsook de micro-organismen, de mycorrhiza schimmels, die de mineralen aan de plant doorgeven. In een landbouwbodem vallen voor de plant dan ook weinig mineralen te verzamelen; geen mineralen –> geen vitaminen en geen fytonutriënten. Het gevolg is dat de landbouwgroenten nauwelijks nog mineralen, vitaminen en fytonutriënten maar vooral koolhydraten (suikers) leveren.

 

De achteruitgang van het gehalte aan mineralen en vitaminen in landbouwgroenten:

 

 

Het gehalte vitamine C in kropsla (helemaal links) in vergelijking met wilde eetbare planten:

 

 

Fytonutriënten kom je in redelijke hoeveelheid nog tegen in biologisch geteelde groenten, fruit en noten omdat het gebruik van bestrijdingsmiddelen in deze bedrijfstak sterk aan banden ligt. En vooral historische gewassen (de soorten van vóór de selectie op telersgemak, koolhydraten en opbrengst) zijn nog rijk aan fytonutriënten. Maar wilde planten spannen de kroon in fytonutriënten:

 

 

Tot slot : ) is voeding uit de natuur ook nog eens razend lekker. Met de fytonutriënten zijn in wilde planten namelijk ook hun authentieke smaken bewaard gebleven. De witlof als groente smaakt al lang niet meer bitter – de bitterstoffen zijn eruit gekweekt voor suikers. De pastinaak als groente smaakt al lang niet meer aromatisch – de etherische olie is eruit gekweekt voor suikers. De broccoli als groente smaakt al lang niet meer zwavelachtig bitter – de glucosinolaten zijn eruit gekweekt voor suikers. Enz.

Je wilt graag wilde eetbare planten in je voeding integreren?
Wilde planten zijn uiterst krachtige voeding en vragen een goed contact met je zintuigen om op verantwoordelijke wijze te kunnen nuttigen. Idealiter integreer je plant voor plant in je voeding. En nuttig je de plant zo PUUR mogelijk. Op die wijze leer je het karakter van de plant door en door kennen, hoe je lichaam op de plant reageert en hoeveel of weinig je lichaam prefereert. Vervolgens kun je de plant in gerechten gaan verwerken.

VARIEER. Variatie is belangrijk om overdosering te voorkomen van stoffen die in grotere hoeveelheid toxisch zijn. Bovendien heeft iedere plant een andere samenstelling van voedingsstoffen en bied je door te variëren jouw lichaam alle voedingsstoffen optimaal aan.

Wildplukken?
De planten die zich niet als onkruid verspreiden en daardoor zeldzamer zijn, kun je het beste in de natuur laten staan en zelf zaaien om bij jou thuis een woonplek te geven. Op die manier kun je én de plant oogsten én tegelijkertijd de natuur verrijken. Ik hoor je denken: ‘Maar dan is het niet meer echt wild’. Geen zorgen, als je de planten en de bodem met rust laat, gaan de planten vanzelf verwilderen. Daarmee bedoel ik niet dat ze je tuin tot een wildernis maken, maar dat ze zich zullen ontwikkelen tot een zelfstandige en krachtige wilde plant. Wildplukken is enorm lekker én belangrijk voor de gezondheid, maar mijn eerste wens is dat het wildplukken niet ten koste gaat van onze natuur, maar juist zal zorgen voor natuurverrijking! Heb je een tuin, gevelruimte aan de straatkant van je huis of een balkon, maak er een eetbare wilde planten oase van! Dan geef je meteen de dierenwereld een voedsel- en woonplek in jouw natuur.

© Marion de Kort