VERWARMENDE wintersalade II

 

 

In deze verwarmende wintersalade wildpluk van de herfstoogst uit de voorraad kast: appels, appelazijn (zelf appelazijn maken is reuze eenvoudig), karwijzaden*, hazelnoten. Samen met alle herinneringen! De vele uurtjes van het kraken van de noten, de kruidige aroma’s tijdens de karwij pluk en de doldwaze pret van het met visgerei oogsten van de appels omdat de boom had besloten zijn appels over het water te laten hangen.

(* De smaak van karwij neigt naar anijs. Het aroma is niet alleen een voltreffer die in combinatie met de overige ingrediënten precies de puntjes op de i zet. Het is tevens verwarmend, een roborans (versterkt de spijsvertering) en een carminativum (verdrijft windzucht, wat niet onwelkom is in de consumptie van kool.)

Verwarm in een zware gietijzeren pan op een laag vuur 100 ml appelazijn samen met 50 gr suiker en een piepklein mespuntje zout tegen de kook aan, terwijl je roert om de suiker op te lossen. Voeg hieraan toe ongeveer 1 kilo fijn tot grof gesneden rode kool. Doe de deksel op de pan. Laat op het lage vuur 5 minuten sudderen en schep de kool daarbij enkele keren om, opdat de bovenop liggende kool ook even onderaan ligt. Haal de pan van het vuur. Voeg een flinke hand rozijnen toe en een volle eetlepel karwijzaad. Zet de pan 24 uur opzij bij kamertemperatuur. Schep regelmatig om en. Na 24 uur is het echte rauwe van de kool af, waardoor hij goed verteerbaar wordt, maar nog wel een lekkere krokante bite heeft. Stoof de kool enkele minuten even op, zodat hij goed warm is. Schep er in stukjes gesneden appel doorheen, rijkelijk hazennoten en eventueel brokjes zachte geitenkaas. Jammie!

© Marion de Kort