De ontbrekende schakel in onze voeding I

De afgrond van de voedselindustrie.

 

Het woord voedingsstoffen bestaat helemaal nog niet zo lang en genoot een bliksemcarrière dankzij de industriële revolutie, die het begrip voedingsstoffen tot een commerciële act maakte. Yep, die bekende revolutie van de mechanisatie, waardoor grootschalige productie mogelijk werd.

Het was gedurende die revolutie dat de chemicus William Prout een classificatie voor de belangrijkste voedingsstoffen introduceerde: suikers, olieachtige stoffen en eiwit. De termen koolhydraten, vetten en eiwitten waren geboren. De chemicus Von Liebig haakte hierop in door de waarde van voedsel te bepalen aan de hand van de aan- of afwezigheid van deze voedingsstoffen. Later werden aan deze voedingsstoffen nog vitaminen en mineralen toegevoegd.

 

Het eenvoudige bord met graan, groenten en stuk(je) vlees kreeg plots een elegante allure.

 

Maar NIET JOUW GEZONDHEID profiteerde hiervan. De winst kwam op het bord van de industrie; goedkope massaproductie. Vrij rond lopende dieren werden ingeruild voor de vee-industrie (grootschalige productie van vlees, zuivel en eieren voor de eiwitten en vetten). Kleinschalige landbouw met zijn oergraan (koolhydraten) en oergroenten (vitaminen en mineralen) maakten plaats voor grootschalige monocultuur op basis van (nog meer) veredeling, kunstmest, pesticiden en zware landbouwmachines die de grond verdichten.

 

De rekening is ten laste van jouw gezondheid gelegd. De kwaliteit van onze granen holde op rasse schreden achteruit. Het gehalte aan en de diversiteit van mineralen, vitaminen in de groente daalden door de industriële landbouw drastisch. De dieren op hun beurt kregen een beestenleven.

 

Vooral ook de aanwezigheid van fytonutriënten (de zogenoemde secundaire plantenstoffen) in onze groenten daalde door de industriële landbouw rap. Dat is een enorm verlies! Met name deze plantenstoffen hebben een belangrijke bijdrage aan een goed functioneren van jouw lichaam en helpen daarmee ziekte vóórkomen. Ze zijn een zogeheten beschermende voedingsstof. 

 

Waar de fytonutriënten nog wel te vinden zijn? In de wilde plant, de oorspronkelijke oerouder van onze tegenwoordige groenten en fruit! Bovendien is de wilde plant ook nog eens 'ouderwets' rijk aan mineralen en vitaminen. 

 

Ondanks het gegeven dat talrijke fytonutriënten als een beschermende voedingsstof functioneren en dus belangrijk zijn in de preventieve zorg voor jouw gezondheid, worden zij door de officiële voedingsrichtlijnen niet als zodanig erkend. Het voedingscentrum geeft wel toe dat bepaalde fytonutriënten een gezondheidsbevorderend effect hebben. Tegelijk wordt echter gesteld dat het lichaam in principe ook zonder deze stoffen kan: ‘Aangenomen wordt dat dezelfde functie of activiteit ook door andere voedingsstoffen kan worden vervuld. Het is ook mogelijk dat de betreffende functie of activiteit niet essentieel is voor de mens.’

 

De aanname dat ‘dezelfde functie of activiteit ook door andere voedingsstoffen kan worden vervuld’ is een onjuiste aanname. Evenals de suggestie dat ‘betreffende functie of activiteit mogelijk niet essentieel is voor de mens’. Bijvoorbeeld bitterstoffen. Bitterstoffen stimuleren de spijsvertering. Deze capaciteit is niet door andere voedingsstoffen te vervangen, wat bitterstoffen tot een essentiële beschermende voedingsstof maakt. Het ontbreken van bitter in de voeding leidt weliswaar niet onmiddellijk tot ziekte, maar op de lange termijn heeft een slechte vertering absoluut disbalans van de gezondheid tot gevolg. Onze tegenwoordige spijsvertering is massaal een luie spijsvertering aangezien het bittertje volledig uit onze voeding is verdwenen!

 

Ofschoon de voedingswetenschap fytonutriënten niet als dusdanig erkend, behoren ze te worden gecategoriseerd bij de beschermende voedingsstoffen: fytonutriënten hebben een belangrijk aandeel in het goed functioneren van het menselijk lichaam en helpen ziekte te voorkomen. Talrijke fytonutriënten zijn zelfs een essentiële beschermende voedingsstof, aangezien zij niet te vervangen zijn door andere stoffen en evenmin kan het lichaam ze zelf aanmaken.