Bijwerkingen, een uitvinding van de farmaceutische industrie.

In het natuurgeneeskundige zelfzorgboek stel ik: ‘Ook is er natuurgeneeskundig, dankzij het holistische uitgangspunt, vaak winst op het gebied van bijwerkingen’. In dit blog ga ik daar dieper op in.

 

VOORBEELD
Van oudsher wordt een infusie (in gewone taal: medicinale thee) van wilgenbast gebruikt wanneer een koortsverlagend, ontstekingsremmend, pijnstillend of bloedverdunnend effect wenselijk is. Door natuurvolkeren, volksgeneeskundig en vóór de komst van de farmaceutische industrie ook door de toenmalige officiële artsen. Wilgenbast is het oorspronkelijke, natuurlijke aspirientje!

 

Wilgenbast bevat talrijke plantenstoffen en de medicinale werking van wilgenbast is absoluut niet toe te schrijven aan een enkele plantenstof, maar aan de synergie (het samenwerkende geheel) van alle in de wilgenbast aanwezige plantenstoffen! Er is een wisselwerking tussen o.a. de verschillende salicylverbindingen (waarvan salicine de bekendste is), talrijke polyfenolen (waaronder flavonoïden), coumarine en andere aromatische bestanddelen. Deze wisselwerking zorgt er voor dat de gecombineerde werking van alle individuele stoffen groter is dan een enkele stof of de som van de afzonderlijke stoffen kan bereiken.

 

Dankzij het synergetische vermogen van planten is wilgenbast als volgt werkzaam. De salicylaten van de wilgenbast, met als bekendste salicine, passeren het maagdarmkanaal in hun neutrale vorm en pas in de lever worden ze omgezet in salicylzuur. Dit natuurlijke geneesmiddel heeft daardoor géén etsende (bijtende) activiteit op het maagdarmkanaal. Dit veranderde wanneer het geheel aan plantenstoffen uit elkaar werd getrokken.

 

  • Rond 1829 lukte het de Franse apotheker Henri Leroux uit wilgenbast salicine in zuivere vorm te isoleren. Rond 1838 lukte het de Italiaan Pirioa om salicylzuur in zuivere vorm te isoleren, waarmee de weg voor commerciële productie open lag. Deze aspirine had echter een vervelende bijwerking, salicylzuur bleek namelijk een bijtende werking op de maag en de darmen te hebben.
  • Rond 1852 lukte het de farmaceutische industrie om salicylzuur synthetisch na te maken. Dit kunstmatige salicylzuur bleek echter net zo belastend voor de maag en de darmen als de geïsoleerde natuurlijke vorm.
  • Rond 1896 werd een ‘verbeterde’ synthetische vorm voor salicylzuur uitgevonden: acetylsalicylzuur. De aspirine was geboren! Echter, hoewel acetylsalicylzuur iets beter door de maag en de darmen wordt verdragen, heeft ook deze kunstmatige vorm een etsende werking op het maagdarmkanaal: het bijt het slijmvlies van het maagdarmkanaal kapot. Het medicijn heeft dan ook een verhoogde kans op een maagdarmontsteking-, bloeding en zweer als bijwerking. Naast aspirine wordt daardoor vaak een tweede zogenoemd geneesmiddel voorgeschreven om het maagdarmslijmvlies te ‘beschermen’.

 

De aspirine in zijn oorspronkelijke vorm als wilgenbast heeft dus niet de bijwerking die het moderne aspirientje wel heeft. Het samenwerkende geheel aan plantenstoffen in de wilgenbast zorgt ervoor dat het salicylzuur pas na de passage van het maagdarmkanaal tot stand komt. De bijwerking werd pas geboren toen de focus werd verlegd van geheel naar deel om farmaceutisch een synthetische vorm te kunnen produceren.

 

Vanuit holistisch oogpunt bekeken is geenszins de kruidengeneeskunde de alternatieveling. Het is omgekeerd. De farmaceutische industrie verkoopt een behoorlijk mager alternatief voor de pracht en kracht van de plantenwereld!