Zegen of catastrofe voor de traditionele kruidengeneeskunde?
April 2022 heeft de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie / World Health Organization) een overeenkomst met de regering van India gesloten voor de oprichting van een Global Centre for Traditional Medicine (GCTM): een wereldwijd kenniscentrum dat de kracht van de wetenschap gaat benutten voor het leggen van een wetenschappelijke basis voor de traditionele geneeswijzen.
Gaat het omarmen van de kruidengeneeskunde als volwaardig onderdeel van de gezondheidszorg door de WHO uiteindelijk dan toch erkenning aan de herborist en fytotherapeut geven?
Waarom is dit voor mij een vraag en niet per definitie het toekomstperspectief?
Punt 1 is de tegenstrijdigheid dat de WHO zich midden in de COVID-19-pandemie (2022) geroepen voelt om een kenniscentrum voor traditionele geneeswijzen op te richten. Tegelijkertijd werden namelijk voor de behandeling van COVID-19 én voor de preventieve zorg om besmetting te voorkomen traditionele geneeswijzen op laste van een boete verboden. Dat is een enorme contradictie, welke eerder verwijst naar behoefte aan controle dan naar oprechte interesse in het welzijn van de mens.
Punt 2 is dat met het kenniscentrum de deuren tot controle ook daadwerkelijk worden opengezet. Wie mij kent, weet dat ik kritisch ben in al wat er over de medicinale werking van planten wordt rond geroepen. Ik onderbouw mijn werk zeer graag met wetenschappelijke feiten. Tegelijkertijd ben ik er altijd erg duidelijk in dat het onmogelijk is de complexiteit van onze plantenwereld in absolute zin wetenschappelijk te willen vangen. Wetenschap is in basis namelijk rationeel en gebaseerd op controleerbare onderzoeksmethoden. De natuur is echter niet controleerbaar. Bijvoorbeeld het gehalte aan plantenstoffen van precies dezelfde planten, maar groeiend op verschillende locaties kan enorm verschillen. Dit betekent dat een wetenschappelijke basis voor de productie van fytotherapeutica uitsluitend in een gecontroleerde omgeving zal kunnen (mogen?) gaan plaatsvinden. Met andere woorden: in de omstandigheden van een laboratorium. De uitkomst van het huwelijk tussen de WHO en de GCTM zal dus ook kunnen gaan zijn dat de individuele herborist in plaats van erkenning een verbod gaat worden opgelegd om de met ziel en zaligheid gekweekte planten uit de kruidentuin tot een fytotherapeuticum te mogen verwerken en verkopen.
Punt 3 is het gegeven dat de wetenschap de traditionele geneeswijzen in het verleden nog nooit heeft omarmt. De enige reden dat er zoveel wetenschappelijk onderzoek over de medicinale werking van planten beschikbaar is, betreft het gegeven dat de wetenschap in de natuur op zoek was naar de sleutels die een plant haar medicinale werking verschaffen. Werd zo’n sleutel gevonden dan was de tweede stap om de gevonden plantenstoffen synthetisch na te maken en er vervolgens een gepatenteerd medicijn van te maken. Eén van de bekendste voorbeelden is het medicijn waarmee alles begonnen is, de aspirine. De rigoureuze omschakeling van de wetenschap naar een GCTM voelt dan ook als de switch van de ware manipulatieve aard van een psychopaat naar een gespeelde charmante persoonlijkheid.
Punt 4 betreft de realiteit dat de herborist* en de fytotherapeut** van oudsher fytochemisch opgeleid zijn. Met fytochemisch wordt bedoeld dat zij kennis van de secundaire plantenstoffen (de zogenoemde fytonutriënten) en hun medicinale eigenschappen hebben. De wetenschap is echter in stroomversnelling haar onderzoeksgebied van fytonutriënt naar genen aan het veranderen; gentech is het onderzoeksgebied van de toekomst en oplossingen voor ziekte worden meer en meer in de genen gezocht. Een voorbeeld daarvan is COVID-vaccin, zijnde een vaccin met genetisch materiaal.
Wie de verstreken jaren de ontwikkeling van patent op zaden heeft gevolgd, weet dat de natuur in principe niet kan worden gepatenteerd. Het is dan ook niet mogelijk wilde planten te patenteren. Het is echter wel toegestaan een natuurlijk gen uit planten te isoleren en dit gen te patenteren. Omdat het gen wordt geoctrooieerd, geldt het patent automatisch voor alle planten die het gen bevatten … in duidelijkere woorden: de natuur en haar prachtige medicinale potenties wordt eigendom van een wereldorganisatie …
* Een persoon die kruiden kweekt en tot medicinaal product verwerkt.
** Een persoon die producten op basis van kruiden inzet om bij ziekte de genezing te ondersteunen.
Punt 5 zijn de bedrijven die in de top van de zo idyllisch geschetste GCTM ontwikkeling zitten. Wanneer ik lees dat de op 25 februari jongstleden (2026) in Brussel georganiseerde bijeenkomst van de WHO en de GCTM werd georganiseerd door de grootste farmaceutische industrie van Duitsland ‘Pharma Deutschland’, gaan mijn haren overeind staan. De Duitse farmaceutische sector speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van COVID-19-vaccins. En het was de WHO die stelde dat de vaccins de enige oplossing voor de gezondheidszorg waren – welke traditionele geneeswijze dan ook werd van de tafel geschoven. Dit terwijl er verschillende planten zijn waarvan bewezen is dat ze het herstel van COVID-19 prachtig ondersteunden. In het kleine grote handboek natuurgeneeskundige zelfzorg maak ik hiervan m.b.t. de vlier een kleine notitie (pagina 87) - de wetenschap factcheckt haar eigen, oorspronkelijke onderzoek:
“De gewone vlier is een van oudsher volksgeneeskundig gebruikte plant om griep te bestrijden. Diverse wetenschappelijke onderzoeken van vóór 2019 hebben de doeltreffendheid en veiligheid niet alleen aangetoond, maar adviseerden zelfs het gebruik van de vlier. Dit advies baseerde zich op de aangetoonde effectiviteit en de afwezigheid van bijwerkingen. Vele jaren claimden deze wetenschappelijke onderzoeken extra weerstand tegen griep en versneld herstel gedurende griep. De onderzoeken strekten zich uit van 1995 [33], 1999-2000 [34], 2004 [32] tot 2018 [30]. Sinds de coronapandemie (2020-2022) wordt de informatie van genoemde onderzoeken als onjuist (fact-check) gecategoriseerd [31, 97].
De plant heeft echter een aangetoonde antivirale werking tegen verschillende virussen, waaronder het influenza griepvirus en het corona griepvirus. Dit dankzij het hemagglutinine eiwit SAN III. Dit eiwit zorgt ervoor dat de spike-eiwitten van het griepvirus zich moeilijker aan de lichaamscel kunnen hechten om vervolgens de cel binnen te dringen en zich te dupliceren.”
Punt 6 is het gegeven dat er reeds jarenlang een enorme razzia in de fytotherapeutica gaande is. Uitstekende fytotherapeutica mogen niet meer worden verkocht: de torenhoge kosten die bij het vereiste wetenschappelijk onderzoek komen kijken, zijn namelijk slechts door multinationals op te hoesten. Tot nu hebben diverse bedrijven daarom de etikettering van fytotherapeuticum naar voedingsmiddel verandert. Alles wijst er echter op dat de WHO samen met de GCTM deze maas in de wet gaat dichten. De gevolgen voor de fytotherapeut? Hij zal talloze traditionele geneesmiddelen nergens meer kunnen kopen om zijn cliënten te behandelen.
Punt 7 is het gegeven dat er met twee maten wordt gemeten. Zodra geconstateerd wordt dat een fytotherapeuticum (plantaardig, natuurlijk geneesmiddel) incidenteel een bijwerking heeft, wordt het verboden. Dit zonder de nuances in ogenschouw te nemen. Omgekeerd worden bijwerkingen in de farmaceutische industrie als normaal beschouwd en er wordt simpelweg een ander farmaceutisch middel ontwikkelt om de bijwerkingen te bestrijden.
Zie ook mijn blog bijwerkingen een uitvinding van de farmaceutische industrie.
Marion de Kort.